zondag 6 maart 2011

het aanstaande (t)huis

Een aantal weken geleden hadden we - mijn 2 broers en ik - een afspraak in het (t)huis waar pap op de wachtlijst staat. Het is een prachtig en vrij nieuw gebouw, centraal gelegen in een jonge wijk. 
Pap staat aangemeld voor zogenaamd kleinschalig wonen (klik hier voor meer informatie). We kregen eerst informatie over 't kleinschalig wonen, en daarna een rondleiding over een van de in totaal vier afdelingen. In theorie klinkt 't allemaal goed: maximaal 6 bewoners (cliënten) per 'woning', 2 woningen per afdeling. Deze woningen zijn met elkaar verbonden, dat wil zeggen dat de tussendeur altijd openstaat. Dit heeft als voordeel dat de cliënten meer loopruimte hebben, dat je van beide leefruimtes gebruik kunt maken, en dus een rustig plekje kunt opzoeken als je daar behoefte aan hebt. Voordeel voor het personeel is dat zij meer 'handen' tot hun beschikking hebben als 't nodig is. Want 't is zó voelbaar: personeelstekort door gigantische bezuinigingen ..... Een triest voorbeeld hiervan is dat er dus absoluut geen mogelijkheid is voor het personeel om met de cliënten naar buiten te gaan voor bijvoorbeeld een kleine wandeling in de frisse lucht. Veel wordt verwacht van mantelzorgers .... maar wat als die niet of nauwelijks tijd hebben voor dit soort dingen? Dan blijft een cliënt dus binnen?? Bezoek is de hele dag welkom, voordeel is dat er dus altijd mensen (kunnen) zijn, maar voor iemand die graag rust heeft kan dit natuurlijk te druk zijn. Terugtrekken in de eigen kamer mag altijd. Wel zo prettig als je daar een eigen TV hebt. Heel positief is dat er per woning voor de cliënten wordt gekookt. Dit gebeurt in de eigen keuken die in open verbinding staat met de woonkamer. De cliënten mogen meehelpen met 't klaarmaken van de maaltijd, dus schillen van aardappels, snijden van groente, enzovoorts. Opruimen, dekken en afruimen van de tafel en  stoffen hoort ook allemaal tot de dingen waartoe ze worden aangespoord. Het ligt aan de groep wanneer een warme maaltijd wordt klaargemaakt/gegeten: 's middags of 's avonds. Iedere cliënt heeft een eigen - ruime - slaapkamer, die met eigen spulletjes (alleen bed, kast en gordijnen behoren tot de inboedel) mag worden ingericht. Er is een eigen wastafel maar de badkamer moet worden gedeeld. Er zijn 2 badkamers en toiletten per woning. Héél groot nadeel vind ik dat er geen eigen terras of tuintje is bij de woningen, een bewoner kan dus niet zomaar eventjes naar buiten.... Zeker als je bedenkt dat 't personeel niet/nooit met je naar buiten gaat ... Nog een nadeel - vind ik - is dat (toekomstige) bewoners niet worden ingedeeld in niveau groepen. 't Is dus heel goed mogelijk dat je als relatief 'goede' bewoner terecht komt in een groep van 'minder goed' niveau qua dementeren .... Maar of de bewoners dat zelf beseffen? Ben ik te idealistisch om dit te 'wensen'? In 't blogbericht van Hannie van vandaag lees ik namelijk precies 't tegenovergestelde: onrust bij cliënten als er nieuwe bewoners komen die nog aan 't begin van hun ziekteproces staan ... 't Was  allemaal best confronterend voor ons moet ik zeggen, met name het 'achter gesloten deuren zitten' ... We denken of hopen dat pap op dit moment nog niet zo ver is. Alhoewel, kijkende naar de documentaire waarover ik laatst schreef denk ik "misschien toch .... die mensen lijken toch ook nog 'zo goed' ... ?" En een alternatief? Misschien toch de particuliere woonzorg? Wachten op de woonzorg waarover ik al eerder berichten schreef? Meer zorg thuis? 

3 opmerkingen:

  1. Ik zou het met beide handen aannemen. Zelf heb ik stage gelopen in een tehuis met dementerende bejaarden. Als je niet goed oplette snappen ze zo met je door de deur en staan ze buiten. Bij sommige zie je niet dat ze dementeren. Wel erg dat er steeds minder personeel is, voor dat wandelingetje of dat beetje extra's wat ze zo nodig hebben.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Die spagaat waar je continu in zit... Welke zorg is nodig / wat kun je zelf bijdragen / hoe kom je nog toe aan je eigen leven. Na eerst 5 jaar de zorg rondom mijn vader (hij is in 2003 overleden) en nu de laatste 5 jaar voor mijn moeder kan ik constateren dat het spagaat-gevoel niet minder wordt, je kunt er hooguit bij tijden beter mee omgaan.
    Niet naar buiten kunnen is vreselijk, maar met zoveel demente bejaarden zit het er dik in dat er maar weinigen op de begane grond kunnen wonen. En hoelang wilt jouw vader nog naar buiten? Ik wil het liefste de 2 dagen per week dat ik naar mijn moeder ga met haar naar buiten, maar tegenwoordig is ze nauwelijks te bewegen om dat te doen. Te koud, te nat, te veel moeite.
    Eenmaal opgenomen op een gesloten afdeling hoeven dementen niet meer op hun tenen te lopen. Dat kan een opluchting zijn voor henzelf. En als die slaande en knijpende vrouw er niet zou zijn, zou mijn moeder waarschijnlijk vaker in de huiskamer zijn en degenen die minder kunnen, helpen. Het is ook een manier om jezelf beter te voelen (Die zijn zo slecht, zo erg is het bij mij nog niet). Dus op zich zou ik niet zo'n punt maken van die verschillende niveaus. Het zal voor jezelf confronterender zijn dan voor jouw vader.
    Als ik de keuze had tussen een afdeling, kleinschalig wonen of zorg thuis, zou ik kiezen voor kleinschalig wonen. Bij zorg thuis komt er veel op de mantelzorgers neer, dat zie ik wel bij een vriendin van me.

    Maar het blijven moeilijke processen. Ik wens je er heel veel sterkte mee, Inge.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Dankje Hannie .... het is inderdaad goed verwoord: dat spagaat-gevoel! En je hebt waarschijnlijk gelijk dat het mij en m'n broers (veel) meer moeite kost dan mijn vader als 't zover is ...

    BeantwoordenVerwijderen

Leuk, een reactie! Anoniem reageren (d.w.z. zonder account) kan, maar ik vind het wel zo netjes als je toch een naam vermeldt. Groetjes, Inge